Bier en stilte

 

 

Op een steenworp afstand van Antwerpen liggen twee trappistenkloosters. In Brecht ligt het trappistinnenklooster en in Westmalle het trappistenklooster, waar ik vijf dagen verblijf. Het klooster is bekend om zijn bieren. Volgens biersommeliers behoren de dubbel en de triple van Westmalle tot de wereldtop. Er zijn drie eisen waaraan trappistenbier moet voldoen. Gebrouwen binnen de kloostermuren van een abdij, onder toeziend oog van de monniken, en de opbrengst mag alleen gebruikt worden voor het levensonderhoud van de monniken of geschonken worden aan goede doelen. Hoewel de brouwerij nog verder zou kunnen groeien, is deze ambitie er niet bij de monniken. Ze verdienen genoeg geld om te leven en het klooster te onderhouden.

De kamer is eenvoudig. Een bed, een bureau met stoel en een wastafel. Uiteraard ligt er een Bijbel op het bureau. Het sanitair deel je met andere gasten of je moet kiezen voor de duurdere kamer met eigen toilet en douche.

Het is druk in het gastenverblijf. Er zijn twintig mensen uit België en Nederland met een christelijke achtergrond. Het ontbijt en de avondmaaltijd zijn in stilte. Bij de warme maaltijd mag er gesproken worden en is er voor elke gast een Westmalle Extra (4,3%). Wat regelmatig ter sprake komt, is de sluiting van de trappistenabdij in Zundert die niet ver van de Belgische grens ligt. Veel gasten bewaren goede herinneringen aan deze abdij. Zelf had ik ook een zwak voor deze abdij, omdat de monniken er zenmeditatie combineerden met het getijdengebed.

 

Een kwartier voor het gebedsmoment luidt de klok. Volgens de kloosterregel laat je dan het werk uit je handen vallen en begeef je je naar de kerk voor het gebed. Het is de bedoeling dat je als gast aan minstens drie van de zeven gebedsmomenten deelneemt.

De monniken dragen lange witte pijen en buigen bij het in- en uitlopen van de kerk. Ze staan of zitten in twee rijen tegenover elkaar en zingen afwisselend. De zang wordt begeleid op een orgel. Ook is er een voorzanger die prachtig zingt. In twee weken worden alle 150 psalmen gezongen. Vroeger werd er in het latijn gezongen en nu in het Nederlands.

Ik ben vertrouwd met de psalmen. De psalmen bespelen het hele klavier van emoties en gevoelens, zoals angst, verdriet, boosheid, haat, dankbaarheid en vreugde. Soms roepen psalmen herkenning op en soms irritatie. Ik leerde van een trappistenmonnik dat dit haakwoorden zijn. Ze zijn je persoonlijke toegang tot een Bijbeltekst door je af te vragen waarom je blijft haken bij de woorden, wat je dat te zeggen heeft en hoe je hierop antwoordt. Ik bleef bijvoorbeeld haken bij een zin uit Psalm 94,12b:’je voet zul je niet stoten aan een steen.’ Het deed me denken aan mijn enkelbreuk, doordat ik struikelde over een stronk. Het confronteerde mij met mijn eigen kwetsbaarheid. Deze psalm blijkt te gaan over vertrouwen en God die bescherming toezegt. Hoewel ik hier rationeel over kan twijfelen, voel ik op existentieel niveau wat met dit verlangen wordt bedoeld.

Tijdens de eucharistieviering op zondag houdt broeder Benedikt (73) een overweging bij de Bijbellezingen. Wat me raakt in zijn overweging is de verwijzing naar een tekst van de Amerikaanse trappist Thomas Merton (1915-1968). Hij maakt onderscheid tussen de vruchtbare stilte van de baarmoeder (womb) en de stilte van het graf (tomb). Bij je geboorte stap je van de natuurlijke, donkere stilte van de baarmoeder in de luidruchtige en chaotische wereld. Volgens Merton is bidden het herscheppen van deze baarmoederlijke stilte. Het is een beschermende stilte waarin je herboren kunt worden. De stilte van het graf is het loslaten van je zelfgerichtheid en ruimte maken voor de Ander.

Na vijf dagen van rust en stilte keer ik terug naar de prikkelrijke omgeving van Den Haag. Godzijdank is daar de rust van de zee, het strand en duinen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gravatar profiel