Op 3 november gaf ik op de Thomas More Hogeschool in Rotterdam een masterclass over omgaan met dood in de klas. Een van de onderdelen was het bespreken van een praktijkverhaal uit mijn boek Omgaan met dood in de klas. Tijdens het bespreken van het praktijkverhaal ontstond de vraag wanneer je stilstaat bij de de dood. De ene leerkracht vond het een goed idee om met collega’s een praktijkverhaal te bespreken en op deze manier na te denken over hoe zij zouden omgaan met de dood. De andere leerkracht zou er pas over beginnen als de dood zich aandient. Zelf zou ik ervoor kiezen om met collega’s te praten over de dood, als er geen actueel overlijden is. Je wordt door het bespreken van het praktijkverhaal aan het denken gezet over je eigen zingeving aan de dood. Ook kun je bespreken met collega’s hoe jij zou handelen in een vergelijkbare situatie.
Dezelfde vraag dient zich aan bij leerlingen. Praat je met hen over de dood, als er iemand is overleden? Of praat je met kinderen over de dood als er geen concrete aanleiding is? De pedagoog Lea Dasberg schreef in de jaren tachtig dat we kinderen niet grootbrengen door ze klein te houden. Het is beter om met kinderen over ontwerpen als de dood te praten, op een pedagogisch verantwoorde manier. Dat laatste kan door verhalen te vertellen aan kinderen over de dood en daarover met hen in gesprek te gaan of creatieve werkvormen te gebruiken, zoals tekenen, zelf een tekst schrijven naar aanleiding van het verhaal, het verhaal uitbeelden…
Een geschikt verhaal is Ballade van de dood van Koos Meinderts, Harry Jekkers en Piet Grobler. Ik opende de masterclass met het voorlezen van dit verhaal. Tijdens het voorlezen, zag ik dat de deelnemers moesten glimlachen om dit verhaal over de dood. De koning is bang om te sterven en dat wordt opgelost door de dood te vangen in een glazen kooi. Maar er ontstaan nieuwe problemen. Het wordt steeds drukker en het leven wordt saai. Uiteindelijk besluit de koning om zelf de dood vrij te laten en te sterven. Het volk reageert enthousiast: ‘Leve de Dood!’ riep het volk dolgelukkig, en ze leefden nog lang en stierven…gelukkig’. Op deze manier kunnen leerkrachten met kinderen stilstaan bij de dood, zonder dat het tot nachtmerries leidt.
